|
|
In ” het Oude Ambachten- en Speelgoedmuseum” in Terschuur is het één en al nostalgie wat de klok slaat. Inmiddels ben ik daar nu zes keer geweest en iedere keer zie je dat er weer veel spullen aan de collectie zijn toegevoegd. Afgelopen week zag ik tot mijn verrassing de kartonnen huisjes van de Gruyter. Ken je die winkels nog? Elke week kreeg je bij de boodschappen “Het Snoepje van de week”. Dat was een klein stukje speelgoed voor de kinderen. In de jaren zestig kreeg je wekenlang een kartonnen bouwplaat van huizen en andere gebouwen. Genoeg om een compleet dorp van te maken.

Je moest volgens de instructies lege luciferdoosjes op een bepaalde manier aan elkaar plakken en daar omheen de bouwplaat bevestigen. Dat leverde een stevig bouwsel op. Het in elkaar zetten van de gebouwen was een leuk werkje. Ik herinner me nog diverse gevelhuisjes, een station, enkele boerderijen, een kerk, stadhuis en een school. Er zat geloof ik ook een flat bij. Ik heb ze denk ik allemaal gemaakt, want het was een grote doos vol. Wie kan het zich ook herinneren?





Het huis waar ik als kind zoveel beleefde, mijn thuis, heb ik vandaag voor ‘t laatst bezocht
de kamer, waar door het eentonig tikken van de klok de stilte stiller leek en ik verscholen onder het bureau mijn droomverhalen speelde, kent nu de rust niet meer
de zolder, waar de diepe kast mijn schuilplaats was, laat ik mijn angsten na
de kachel met de vonkjes vuur, die mij uren in verrukking brachten, laat de gloed na van een liefdevolle jeugd
voor ‘t laatst sluit ik de deur
dag huis…. ik draag je over aan de tijden van voorbij.

Vandaag kwam ik op de geschiedenispagina van Wikipedia de naam van Prof. Wilhelmina Bladergroen tegen, het is haar geboortedag. Deze vrouw heeft een grote rol gespeeld bij de didactische lessen die ik op de vroegere "Kweekschool voor kleuterleidsters" kreeg. Prof. Bladergroen was orthopedagoge en een voorvechtster van een goede begeleiding van de ontwikkeling van kinderen. Haar leven lang heeft zij zich daar volledig voor ingezet.

Zij was fel tegen maatschappelijke ontwikkelingen die een vrije ontplooiing van het kind in de weg stonden, zoals het opgroeien in flats, het verdwijnen van plaatsen waar kinderen veilig buiten kunnen spelen, teveel televisiekijken dat passiviteit veroorzaakt en zo meer. Prof. Bladergroen hechtte veel waarde aan kinderspel en goed speelgoed. Oorspronkelijk was ze lerares en kwam veel sociale ellende tegen. Ze besloot in 1932 aan de Universiteit van Amsterdam psychologie te gaan studeren. Zij haalde haar doctoraal op 6 juli 1940 en vestigde zich in Amsterdam, waar zij in 1941 kinderen met leermoeilijkheden ging begeleiden. Er werden uit het gehele land kinderen aangemeld en in 1943 stichtte zij ondermeer een school, bestemd voor kinderen met leer-en opvoedingsmoeilijkheden, de eerste LOM-school. Zij voerde ook, naar Amerikaans voorbeeld, de "remedial teaching" in, de hulp aan schoolkinderen die in hun ontwikkeling waren achtergebleven. "Mijn spelen is leren" is een uitspraak van haar evenals:,, Speelgoed is voedsel voor het spel". Wilhelmina Bladergroen was een pionier in het toekennen van pedagogische waarde aan speelgoed. Goed speelgoed stimuleert de creatieve, constructieve, cognitieve, sociale en motorische ontwikkeling van kinderen. Wie niet voldoende speelt raakt achterop. Een kind dat onvoldoende mogelijkheden heeft gehad om zich spelend te ontwikkelen, heeft later moeite om op school het leertempo bij te houden. Ooit was de verkiezing van "Speelgoed van het Jaar" een initiatief van prof. Bladergroen. Zij wilde de waarde van goed speelgoed op deze wijze bijzonder benadrukken. In de beginjaren zaten er pedagogen in de jury. Inmiddels is deze verkiezing verworden tot marketing. Pure commercie helaas. Prof. Bladergroen heeft meerdere boeken geschreven over het belang van spelen en goed speelgoed. Wie meer over deze boeiende vrouw wil weten kan op internet veel over haar vinden.


Een klein krantenberichtje deze week viel mij op. Protest tegen sluiting van schooltuinen. Leerlingen van een Rotterdamse school komen in actie tegen het wegbezuinigen van hun schooltuintjes. Goed zo!
Vandaag in de rubriek “Toen” op de Rotterdamse pagina van de Telegraaf een artikel over schooltuinen. Citaat: ” In de Nederlandse steden schoten omstreeks1920 de schooltuinen als paddenstoelen uit de grond. Doel was enerzijds om stadskinderen liefde voor de natuur bij te brengen en ze anderzijds te behoeden voor een vrij straatleven en zedelijk verval………… De meeste kinderen op Zuid ( Rotterdam-Zuid) moesten een half uur lopen om een uur in hun tuin te kunnen werken, maar niettemin was de animo groot. Jaarlijks waren er zo’n 2000 aanvragen voor 460 tuintjes.”‘
Ik wil een vurig pleidooi houden over het belang van een schooltuin. In verhouding zo goedkoop, maar het levert zoveel rendement op. Dat rendement is meer dan alleen de oogst, het is de ervaring die je als kind beleeft bij de verzorging van de planten op jouw stukje grond.
Zelf koester ik warme herinneringen aan de schooltuin die ik in de 5e en 6e klas had. De verbazing over de kleine groene sprietjes van de sterrekers die uitgroeiden tot heerlijke blaadjes die zo verrukkelijk smaakten op brood. Of de heerlijke volle smaak van de spinazie, hoe was het mogelijk dat zoiets lekkers uit die kleine zaadjes kon groeien. Het sjouwen met kilo’s groenten, aardappelen en armenvol bloemen. Toen is mijn liefde voor tuinieren en alles wat groen is geboren.
Leerzaam is zo’n schooltuin ook.
Wij hadden per kind 10 kleine pootaardappelen gekregen en thuis rekende ik vol trots voor dat ik kon zorgen voor 3 aardappelen voor pa, 3 stuks voor ma, 3 stuks voor mezelf en 1 voor baby-zus.
Vraagt pa stomverbaasd:,, Wat denk je dat er met die aardappelen in de grond gaat gebeuren?”.
Dacht ik toch werkelijk dat ze alleen maar wat groter zouden worden. Ik krijg nog pijn in mijn rug als ik denk aan die vele kilo’s aardappelen die het tuintje opleverde.
Tegenwoordig heeft iedereen de mond vol over respect voor de natuur hebben. Geef een kind een schooltuin, dan komt het respect vanzelf, want hij/zij heeft zelf door de omgang met planten ervaren hoe mooi de natuur in elkaar steekt en dat vergeet een kind zijn leven lang niet meer. Natuurlijk zijn er afvallers, kinderen die dat gewroet in de aarde maar niks vinden, jammer, zij missen zoveel van het genoegen dat het verzorgen van een tuin oplevert. Voor het overgrote deel van de kinderen zal er een wereld vol verrassingen opengaan. Het geduld dat je moet opbrengen voordat je kunt oogsten, de discipline die van je gevraagd wordt in je voortdurend gevecht tegen onkruid, teleurstellingen verwerken zoals het mislukken van je oogst, de grote vreugde als het kweken wél goed lukt. Ik heb op internet gezocht naar herinneringen van mensen aan hun schooltuin en vrijwel iedereen schrijft hoe geweldig het was en velen koesteren daardoor een grote liefde voor tuinieren en de natuur.
Op de foto’s staat een jeugdboek afgebeeld waarin het verhaal verteld wordt van een klas, die door een bevlogen leraar de mogelijkheid kreeg om schooltuintjes te verzorgen. Ik lees het soms nog weleens en dan voel ik mij dat kind weer, dat zo zielsgelukkig met háár schooltuintje was.


|
|